Trichocentrum (Oncidium) Ollie Palmer
Trichocentrum (Oncidium) Ollie Palmer is een secundaire hybride die in 2009 door R.H. Palmer bij de Royal Horticultural Society werd geregistreerd, afkomstig van Trichocentrum Maureen en Trichocentrum x haematochilum. De oudercombinatie bestaat uit Trichocentrum lanceanum (50%), T. carthaginense (25%) en T. luridum (25%). De plant is middelgroot, kan ongeveer 50 cm hoog worden en heeft vrijwel geen pseudobulben of zeer kleine pseudobulben. De bladeren zijn enkelvoudig, leerachtig, langwerpig-lancetvormig en groen, tot 50 cm lang en 12,5 cm breed. De bloemen zijn geurend.
De plant kan meerdere keren per jaar bloeien. Aan bloeistengels tot 45 cm verschijnen doorgaans 10-12 wasachtige, lang houdbare bloemen van 5-6 cm. De kroon- en kelkbladen zijn wit gemarmerd met violet en hebben een onregelmatige rand; de lip is gelijkmatiger violet, met een bredere witte band, terwijl de zuil wit is. Knip gezonde bladeren na de bloei niet af: bij deze hybride bevinden de reserves zich in de bladeren en wortels, niet in grote pseudobulben.
Gemiddeld tot helder, gefilterd licht is geschikt. Een beschermd oost-, west- of zuidraam werkt goed, mits er ventilatie is. Bladeren die een roodachtige tint krijgen, wijzen erop dat het licht te fel is en iets moet worden verminderd. Warmere temperaturen hebben de voorkeur, ongeveer 20-33°C, met mildere nachten. De plant kan korte perioden met lagere temperaturen verdragen, maar droge warmte en stilstaande lucht veroorzaken stress.
Geef tijdens de groeiperiode overvloedig water wanneer het substraat bijna is opgedroogd en laat het water daarna volledig weglopen. Laat de wortels niet in stilstaand water staan. In droge appartementen helpt een hogere luchtvochtigheid, maar die vervangt een juiste watergift niet. Bemest tijdens actieve groei verdund, na het water geven, met orchideeënmest.
De plant kan op een stuk schors worden gekweekt als de luchtvochtigheid hoog is en er in de zomer vaak water wordt gegeven. Kies in een pot een grof, luchtig mengsel van grotere schorsdeeltjes, eventueel met wat sphagnum, dat vocht vasthoudt zonder samen te klinken. Een luchtig orchideeënsubstraat is een goed uitgangspunt als je het aanpast aan het wortelvolume. Verpot wanneer het substraat afbreekt of er nieuwe wortels verschijnen; de wortels verdragen oud, vergaan mengsel niet goed.
Als de plant niet bloeit, controleer dan eerst het licht, de warmte en de conditie van de wortels. Slappe of gerimpelde bladeren kunnen wijzen op langdurig watertekort of aangetaste wortels. Verbrandingsvlekken ontstaan na te fel direct zonlicht, vooral nadat de plant plotseling uit de schaduw is verplaatst.