Phalaenopsis amboinensis 'Nicole' *geparfumeerd
Phalaenopsis amboinensis 'Nicole' is een selectie van de soort Phalaenopsis amboinensis, beschreven door J.J. Smith in 1911. De soort komt voor op Ambon, Sulawesi, in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar ze als epifyt groeit in vochtige bossen, op 0-400 m hoogte, op meer beschaduwde plaatsen. Het is een kleine plant uit een warm klimaat. De bladeren zijn elliptisch of langwerpig-lancetvormig en worden tot 25 cm lang. De bloemen zijn geurig.
De bloei duurt lang. De gebogen zijtakken kunnen 45 cm lang worden en verschijnen meestal vanaf het einde van de winter tot in het voorjaar. Bij deze selectie zijn de bloemen ongeveer 3,2-3,7 cm groot en blijven ze ongeveer 4 weken goed. De vorm is komvormig, op een crèmegele of lichtoranje achtergrond met roodbruine lijnen. Het labellum is klein. De bloemen zijn geurig.
Het licht moet gematigd zijn, zoals typisch voor Phalaenopsis: 10.000-12.000 lux, met ochtendzon of gefilterd licht. Bij minder dan 10 uur licht per dag vertraagt de groei. Warme temperaturen zijn geschikt, ongeveer 22-31°C, zonder langdurige koude nachten. Lichte ventilatie helpt na het water geven.
Geef water wanneer de wortels zilvergrijs worden en het substraat bijna droog is, en laat het water daarna volledig weglopen. De plant houdt van een constant matige vochtigheid, maar niet van een doorweekt potmengsel. Geef 's ochtends water, zodat de bladeren en het groeipunt tegen de avond kunnen opdrogen. Laat geen water in de bladoksels staan. Bemest tijdens de actieve groei verdund, na het water geven, met orchideeënmest. Verminder in de winter, wanneer het licht afneemt, de watergift en stop met bemesten.
Gebruik een luchtig mengsel van middelgrote schors, eventueel met wat sphagnum, perliet of houtskool. Een substraat voor Phalaenopsis is geschikt als het in het tempo van jouw woning opdroogt. Verpot om de 2-3 jaar of wanneer er nieuwe wortels verschijnen, eerder als het substraat is afgebroken of de wortels zijn aangetast.
Als de plant niet groeit, controleer dan het licht, de warmte en de conditie van de wortels. Zachte wortels, een zure geur of een zachte basis wijzen op te veel water. Slappe bladeren kunnen wijzen op dorst of wortels die geen water meer opnemen. Knoppen kunnen schade oplopen door plotselinge verplaatsingen, zeer droge lucht of grote temperatuurschommelingen.